De pijn van mijn moeder is niet (meer) van mij!

Wat ik van mijn moeder meedraag: pijn hoeft niet stil te blijven

Let op: dit artikel gaat over suïcide en suïcidale gevoelens.

Mijn moeder overleed door suïcide

Die ene zin vertelt iets ingrijpends, maar lang niet het hele verhaal. Niet wie zij was. Niet hoeveel zij heeft geprobeerd. Niet wat zij heeft gedragen en ook niet hoeveel liefde, pijn, angst en verlangen er tegelijkertijd in een mens kunnen leven.

Ik kan haar verhaal niet meer voor haar vertellen. Ik kan ook niet precies weten wat er op de moeilijkste momenten in haar omging. Wat ik wel weet, is dat zij veel pijn met zich meedroeg. Pijn waarvoor lange tijd onvoldoende woorden, ruimte of passende hulp waren.

Soms voel ik dat mijn eigen zielsmissie raakt aan wat in haar leven zo lang onbesproken en onbegrepen bleef. Niet omdat zij moest sterven zodat ik mijn purpose kon vinden. Haar dood was geen noodzakelijke les. Ik hoef haar overlijden geen hoger doel te geven om te erkennen dat haar leven en haar verlies mij diep hebben gevormd.

Wat ik wél kan doen, is kiezen wat ik met mijn eigen verhaal doe. Ik kan proberen het zwijgen niet door te geven.

De pijn achter het aanpassen

Mijn moeder had een borderline persoonlijkheidsstoornis. Die diagnose vertelt niet wie zij als mens was en verklaart ook niet alles wat er binnen ons gezin gebeurde. Als kind ervoer ik haar als onvoorspelbaar, onveilig en soms onbereikbaar. Ik wist nooit helemaal hoe de vlag erbij hing.

Zou het rustig blijven? Was er ruimte voor mij? Of kon de sfeer ieder moment omslaan?

Wat ik toen niet kon begrijpen, was dat achter haar gedrag ook haar eigen pijn schuilging. Haar eigen geschiedenis. Haar eigen manieren om overeind te blijven en zich aan te passen aan wat het leven en de buitenwereld van haar vroegen.

Aanpassen kan er van buiten krachtig uitzien. Je functioneert, doet wat nodig is en probeert aan verwachtingen te voldoen. Maar wanneer je daarbij steeds verder verwijderd raakt van wat je werkelijk voelt en nodig hebt, verdwijnt de pijn niet. Zij wordt alleen minder zichtbaar.

Ook bij mijn moeder zag ik hoe moeilijk het was om aan de buitenwereld te laten merken hoe zwaar zij het soms had. Veel mensen hebben geleerd dat zij sterk moeten zijn, dat zij niet mogen falen en dat hun pijn anderen tot last is. Zo kan iemand steeds eenzamer worden, juist terwijl er aan de buitenkant misschien weinig te zien is.

Wat een kind leert in een onveilige omgeving

mijn moeder en ik, zwart wit naast elkaar ongeveer zelfde leeftijd
Mijn moeder en ik beiden ongeveer op dezelfde leeftijd.

Als kind had ik onvoorwaardelijke liefde, veiligheid en vertrouwen nodig. Toen die basis niet vanzelfsprekend voelde, leerde ik iets anders: heel goed aanvoelen wat er om mij heen gebeurde.

Ik lette op gezichtsuitdrukkingen, stiltes, stemmingen en kleine veranderingen in de sfeer. Ik probeerde te voorspellen wat er zou gebeuren en paste mijn gedrag daarop aan. Niet omdat ik daar bewust voor koos, maar omdat mijn systeem een manier zocht om veilig te blijven.

Aanpassen werd een overlevingsmechanisme.

Mijn eigen gevoelens en verlangens verdwenen naar de achtergrond. Wat had de ander nodig? Wat werd er van mij verwacht? Hoe kon ik voorkomen dat de situatie escaleerde? Hoe kon ik ervoor zorgen dat ik goed genoeg was?

Wat ooit hielp om mij staande te houden, nam ik mee in mijn volwassen leven.

Ik studeerde hard, werkte hard en deed wat nodig was. Ik koos vaak wat verstandig leek of wat mijn omgeving van mij verwachtte. Ik werd heel goed in doorgaan, verantwoordelijkheid nemen en mezelf bewijzen. Ondertussen raakte ik steeds verder verwijderd van de vraag: wat wil ík eigenlijk?

Tot mijn lichaam op een gegeven moment zei: het is genoeg.

“Het grootste probleem was dat ik geen problemen mocht hebben.”

Lange tijd dacht ik dat mijn moeilijke gevoelens het probleem waren. Dat ik sterker moest worden, positiever moest denken of mezelf beter onder controle moest krijgen.

Later begreep ik dat er nog iets onder lag: de overtuiging dat ik helemaal geen problemen zou mógen hebben.

Dat ik gelukkig moest zijn. Dat ik het zelf moest kunnen. Dat mijn pijn betekende dat er iets mis met mij was.

Die overtuiging zie ik bij veel kinderen en ouders terug. We hebben niet alleen verdriet, angst, boosheid of wanhoop; we veroordelen onszelf ook omdat we die gevoelens hebben. Daardoor dragen we naast de oorspronkelijke pijn ook schaamte en eenzaamheid.

Maar moeilijke gevoelens maken ons niet verkeerd of gebroken. Ze vertellen vaak dat er iets gezien, begrepen, begrensd of veranderd moet worden.

Onderscheiden wat van mij is

Via therapie, meditatie en familieopstellingen leerde ik opnieuw luisteren naar wat er in mij leefde.

Familieopstellingen waren voor mij belangrijk om zichtbaar te maken welke patronen niet bij mij waren begonnen, maar die ik als kind wel had aangevoeld en onbewust had overgenomen. Angst, schuld, verantwoordelijkheid en loyaliteit kunnen generaties lang worden meegedragen zonder dat iemand daar bewust voor kiest.

Ik leerde langzaam onderscheiden: wat is van mij? Wat hoort bij iemand anders? Welke verantwoordelijkheid heb ik als kind op mij genomen die nooit van mij is geweest?

Dat betekende niet dat ik mijn moeder afwees. Juist niet. Ik kon met meer compassie naar haar kijken, zonder haar pijn te hoeven dragen of haar lot te hoeven herhalen.

Ik mocht haar verhaal bij haar laten en mijn eigen leven gaan leven.

Kinderen hebben geen perfecte ouders nodig

Ook ouders passen zich vaak aan. Zij willen hun kinderen beschermen en denken daarom dat zij niets van hun eigen verdriet, angst of uitputting mogen laten zien. Ze zijn bang dat hun kind hun pijn niet aankan of dat kwetsbaarheid betekent dat zij als ouder falen.

Maar kinderen voelen vaak veel meer dan we denken. Ook wanneer we niets zeggen.

Je helpt je kind niet door te doen alsof pijn niet bestaat. Er is een belangrijk verschil tussen je kind verantwoordelijk maken voor jouw emoties en eerlijk laten zien dat jij óók een mens bent.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Het gaat vandaag niet zo goed met mij. Dat ligt niet aan jou en jij hoeft het niet op te lossen. Ik zorg voor mezelf en zoek de hulp die ik nodig heb.”

Daarmee belast je een kind niet met jouw verantwoordelijkheid. Je laat juist zien hoe verantwoordelijkheid eruitziet.

We kunnen onze kinderen niet beschermen tegen alles wat pijn doet. Kinderen leren vooral door naar ons te kijken. Door te zien hoe wij omgaan met verdriet, angst, fouten en momenten waarop het leven even te veel voelt.

Wanneer wij laten zien dat gevoelens er mogen zijn, dat we hulp durven vragen en opnieuw onze weg kunnen vinden, leren zij dat ook.

Niet dat het leven altijd makkelijk zal zijn. Wel dat moeilijke gevoelens gedragen en besproken kunnen worden. Dat ze niet alles alleen hoeven op te lossen. En dat er, ook wanneer het donker voelt, samen naar een weg vooruit gezocht kan worden.

Waarom ik doe wat ik doe

In mijn werk ontmoet ik kinderen die zeggen dat ze het niet meer zien zitten. Kinderen voor wie angst, verdriet, schaamte of paniek op dat moment groter voelt dan hun vermogen om ermee om te gaan. Soms weten zij niet meer hoe zij zichzelf veilig kunnen houden.

Dit zijn signalen die altijd serieus genomen moeten worden en waarbij passende professionele beoordeling en hulp nodig zijn.

Ik ontmoet ook ouders die aan de grens van hun kunnen zitten, maar denken dat niemand dat mag zien. Ouders die zo graag goed willen zorgen, dat zij vergeten dat ook zij gedragen mogen worden.

Misschien raakt mijn eigen zielsmissie precies daar aan het verhaal van mijn moeder: in mijn keuze om ruimte te maken voor wat vroeger geen woorden kreeg.

Ik wil de persoon zijn die ik als kind zelf nodig had gehad. Iemand die niet wegkijkt van moeilijke, ongewenste of onbegrepen gevoelens. Iemand die samen met een kind en zijn ouders onderzoekt wat die gevoelens proberen te vertellen en welke patronen niet langer hoeven te worden doorgegeven.

Mijn eigen lijdensweg had ik liever niet hoeven afleggen. Ik romantiseer haar niet. Maar zij heeft mij wel doorleefde kennis, compassie en motivatie gegeven om naast anderen te kunnen staan.

Ik kan de pijn van een ander niet wegnemen. Ik kan wel helpen om haar te begrijpen, er woorden aan te geven en passende hulp te vinden.

Je hoeft het niet alleen te dragen

Niets menselijks is mij vreemd.

Het leven kan pijnlijk zijn. We kunnen onze kinderen niet beloven dat zij nooit verdriet, angst of verlies zullen ervaren. We kunnen hun wel leren dat zij daarmee niet alleen hoeven te blijven.

Voor het begrijpen van gevoelens, onderliggende patronen en wat er binnen een gezin speelt, ben ik er voor jou en je kind. Mijn begeleiding vervangt geen crisiszorg. Bij gedachten aan zelfdoding is altijd passende professionele beoordeling en hulp nodig.

Home » Intergenerationeel trauma doorbreken

Denk jij of denkt je kind aan zelfdoding? Neem dit altijd serieus. Bel bij onmiddellijk gevaar 112. Bel of chat anders dag en nacht met 113 Zelfmoordpreventie via 113, 0800-0113 of www.113.nl.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Call Now Button