Blog

mijn moeder en ik, zwart wit naast elkaar ongeveer zelfde leeftijd

De pijn van mijn moeder is niet (meer) van mij!

Wat ik van mijn moeder meedraag: pijn hoeft niet stil te blijven

Let op: dit artikel gaat over suïcide en suïcidale gevoelens.

Mijn moeder overleed door suïcide

Die ene zin vertelt iets ingrijpends, maar lang niet het hele verhaal. Niet wie zij was. Niet hoeveel zij heeft geprobeerd. Niet wat zij heeft gedragen en ook niet hoeveel liefde, pijn, angst en verlangen er tegelijkertijd in een mens kunnen leven.

Ik kan haar verhaal niet meer voor haar vertellen. Ik kan ook niet precies weten wat er op de moeilijkste momenten in haar omging. Wat ik wel weet, is dat zij veel pijn met zich meedroeg. Pijn waarvoor lange tijd onvoldoende woorden, ruimte of passende hulp waren.

Soms voel ik dat mijn eigen zielsmissie raakt aan wat in haar leven zo lang onbesproken en onbegrepen bleef. Niet omdat zij moest sterven zodat ik mijn purpose kon vinden. Haar dood was geen noodzakelijke les. Ik hoef haar overlijden geen hoger doel te geven om te erkennen dat haar leven en haar verlies mij diep hebben gevormd.

Wat ik wél kan doen, is kiezen wat ik met mijn eigen verhaal doe. Ik kan proberen het zwijgen niet door te geven.

De pijn achter het aanpassen

Mijn moeder had een borderline persoonlijkheidsstoornis. Die diagnose vertelt niet wie zij als mens was en verklaart ook niet alles wat er binnen ons gezin gebeurde. Als kind ervoer ik haar als onvoorspelbaar, onveilig en soms onbereikbaar. Ik wist nooit helemaal hoe de vlag erbij hing.

Zou het rustig blijven? Was er ruimte voor mij? Of kon de sfeer ieder moment omslaan?

Wat ik toen niet kon begrijpen, was dat achter haar gedrag ook haar eigen pijn schuilging. Haar eigen geschiedenis. Haar eigen manieren om overeind te blijven en zich aan te passen aan wat het leven en de buitenwereld van haar vroegen.

Aanpassen kan er van buiten krachtig uitzien. Je functioneert, doet wat nodig is en probeert aan verwachtingen te voldoen. Maar wanneer je daarbij steeds verder verwijderd raakt van wat je werkelijk voelt en nodig hebt, verdwijnt de pijn niet. Zij wordt alleen minder zichtbaar.

Ook bij mijn moeder zag ik hoe moeilijk het was om aan de buitenwereld te laten merken hoe zwaar zij het soms had. Veel mensen hebben geleerd dat zij sterk moeten zijn, dat zij niet mogen falen en dat hun pijn anderen tot last is. Zo kan iemand steeds eenzamer worden, juist terwijl er aan de buitenkant misschien weinig te zien is.

Wat een kind leert in een onveilige omgeving

mijn moeder en ik, zwart wit naast elkaar ongeveer zelfde leeftijd
Mijn moeder en ik beiden ongeveer op dezelfde leeftijd.

Als kind had ik onvoorwaardelijke liefde, veiligheid en vertrouwen nodig. Toen die basis niet vanzelfsprekend voelde, leerde ik iets anders: heel goed aanvoelen wat er om mij heen gebeurde.

Ik lette op gezichtsuitdrukkingen, stiltes, stemmingen en kleine veranderingen in de sfeer. Ik probeerde te voorspellen wat er zou gebeuren en paste mijn gedrag daarop aan. Niet omdat ik daar bewust voor koos, maar omdat mijn systeem een manier zocht om veilig te blijven.

Aanpassen werd een overlevingsmechanisme.

Mijn eigen gevoelens en verlangens verdwenen naar de achtergrond. Wat had de ander nodig? Wat werd er van mij verwacht? Hoe kon ik voorkomen dat de situatie escaleerde? Hoe kon ik ervoor zorgen dat ik goed genoeg was?

Wat ooit hielp om mij staande te houden, nam ik mee in mijn volwassen leven.

Ik studeerde hard, werkte hard en deed wat nodig was. Ik koos vaak wat verstandig leek of wat mijn omgeving van mij verwachtte. Ik werd heel goed in doorgaan, verantwoordelijkheid nemen en mezelf bewijzen. Ondertussen raakte ik steeds verder verwijderd van de vraag: wat wil ík eigenlijk?

Tot mijn lichaam op een gegeven moment zei: het is genoeg.

“Het grootste probleem was dat ik geen problemen mocht hebben.”

Lange tijd dacht ik dat mijn moeilijke gevoelens het probleem waren. Dat ik sterker moest worden, positiever moest denken of mezelf beter onder controle moest krijgen.

Later begreep ik dat er nog iets onder lag: de overtuiging dat ik helemaal geen problemen zou mógen hebben.

Dat ik gelukkig moest zijn. Dat ik het zelf moest kunnen. Dat mijn pijn betekende dat er iets mis met mij was.

Die overtuiging zie ik bij veel kinderen en ouders terug. We hebben niet alleen verdriet, angst, boosheid of wanhoop; we veroordelen onszelf ook omdat we die gevoelens hebben. Daardoor dragen we naast de oorspronkelijke pijn ook schaamte en eenzaamheid.

Maar moeilijke gevoelens maken ons niet verkeerd of gebroken. Ze vertellen vaak dat er iets gezien, begrepen, begrensd of veranderd moet worden.

Onderscheiden wat van mij is

Via therapie, meditatie en familieopstellingen leerde ik opnieuw luisteren naar wat er in mij leefde.

Familieopstellingen waren voor mij belangrijk om zichtbaar te maken welke patronen niet bij mij waren begonnen, maar die ik als kind wel had aangevoeld en onbewust had overgenomen. Angst, schuld, verantwoordelijkheid en loyaliteit kunnen generaties lang worden meegedragen zonder dat iemand daar bewust voor kiest.

Ik leerde langzaam onderscheiden: wat is van mij? Wat hoort bij iemand anders? Welke verantwoordelijkheid heb ik als kind op mij genomen die nooit van mij is geweest?

Dat betekende niet dat ik mijn moeder afwees. Juist niet. Ik kon met meer compassie naar haar kijken, zonder haar pijn te hoeven dragen of haar lot te hoeven herhalen.

Ik mocht haar verhaal bij haar laten en mijn eigen leven gaan leven.

Kinderen hebben geen perfecte ouders nodig

Ook ouders passen zich vaak aan. Zij willen hun kinderen beschermen en denken daarom dat zij niets van hun eigen verdriet, angst of uitputting mogen laten zien. Ze zijn bang dat hun kind hun pijn niet aankan of dat kwetsbaarheid betekent dat zij als ouder falen.

Maar kinderen voelen vaak veel meer dan we denken. Ook wanneer we niets zeggen.

Je helpt je kind niet door te doen alsof pijn niet bestaat. Er is een belangrijk verschil tussen je kind verantwoordelijk maken voor jouw emoties en eerlijk laten zien dat jij óók een mens bent.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Het gaat vandaag niet zo goed met mij. Dat ligt niet aan jou en jij hoeft het niet op te lossen. Ik zorg voor mezelf en zoek de hulp die ik nodig heb.”

Daarmee belast je een kind niet met jouw verantwoordelijkheid. Je laat juist zien hoe verantwoordelijkheid eruitziet.

We kunnen onze kinderen niet beschermen tegen alles wat pijn doet. Kinderen leren vooral door naar ons te kijken. Door te zien hoe wij omgaan met verdriet, angst, fouten en momenten waarop het leven even te veel voelt.

Wanneer wij laten zien dat gevoelens er mogen zijn, dat we hulp durven vragen en opnieuw onze weg kunnen vinden, leren zij dat ook.

Niet dat het leven altijd makkelijk zal zijn. Wel dat moeilijke gevoelens gedragen en besproken kunnen worden. Dat ze niet alles alleen hoeven op te lossen. En dat er, ook wanneer het donker voelt, samen naar een weg vooruit gezocht kan worden.

Waarom ik doe wat ik doe

In mijn werk ontmoet ik kinderen die zeggen dat ze het niet meer zien zitten. Kinderen voor wie angst, verdriet, schaamte of paniek op dat moment groter voelt dan hun vermogen om ermee om te gaan. Soms weten zij niet meer hoe zij zichzelf veilig kunnen houden.

Dit zijn signalen die altijd serieus genomen moeten worden en waarbij passende professionele beoordeling en hulp nodig zijn.

Ik ontmoet ook ouders die aan de grens van hun kunnen zitten, maar denken dat niemand dat mag zien. Ouders die zo graag goed willen zorgen, dat zij vergeten dat ook zij gedragen mogen worden.

Misschien raakt mijn eigen zielsmissie precies daar aan het verhaal van mijn moeder: in mijn keuze om ruimte te maken voor wat vroeger geen woorden kreeg.

Ik wil de persoon zijn die ik als kind zelf nodig had gehad. Iemand die niet wegkijkt van moeilijke, ongewenste of onbegrepen gevoelens. Iemand die samen met een kind en zijn ouders onderzoekt wat die gevoelens proberen te vertellen en welke patronen niet langer hoeven te worden doorgegeven.

Mijn eigen lijdensweg had ik liever niet hoeven afleggen. Ik romantiseer haar niet. Maar zij heeft mij wel doorleefde kennis, compassie en motivatie gegeven om naast anderen te kunnen staan.

Ik kan de pijn van een ander niet wegnemen. Ik kan wel helpen om haar te begrijpen, er woorden aan te geven en passende hulp te vinden.

Je hoeft het niet alleen te dragen

Niets menselijks is mij vreemd.

Het leven kan pijnlijk zijn. We kunnen onze kinderen niet beloven dat zij nooit verdriet, angst of verlies zullen ervaren. We kunnen hun wel leren dat zij daarmee niet alleen hoeven te blijven.

Voor het begrijpen van gevoelens, onderliggende patronen en wat er binnen een gezin speelt, ben ik er voor jou en je kind. Mijn begeleiding vervangt geen crisiszorg. Bij gedachten aan zelfdoding is altijd passende professionele beoordeling en hulp nodig.

Home » De kracht van het Placebo effect

Denk jij of denkt je kind aan zelfdoding? Neem dit altijd serieus. Bel bij onmiddellijk gevaar 112. Bel of chat anders dag en nacht met 113 Zelfmoordpreventie via 113, 0800-0113 of www.113.nl.

De pijn van mijn moeder is niet (meer) van mij! Meer lezen »

Vurige kindjes of driftkikkers?

Photocredit: Mohamed Abdelgaffar

Ik krijg ze regelmatig in de praktijk, kinderen met driftbuien, uitbarstingen, woede aanvallen vaak gevolgd door enorm veel verdriet en schaamte. Hun ouders zijn vaak radeloos… ze hebben het gevoel dat hun kind hen test, de grenzen opzoekt en ongehoorzaam is. Voor de buitenwereld schamen ze zich en krijgen regelmatig blikken of opmerkingen… ‘die ouders weten echt niet hoe ze hun kind moeten opvoeden’. Zelf lopen ze op eieren, ze doen al het mogelijke om een uitbarsting te voorkomen.

Herken jij dit bij jouw kind: Dwarsheid, weerstand, frustratie, boosheid?

In mijn aanpak werk ik altijd vanuit het nare gevoel wat een kind ervaart en ga met de kinderen aan de slag om dit gevoel aan te pakken. Wat ik van deze kinderen hoor is vaak een gevoel van verdriet wat onder dit gedrag ligt, vaak komt dit na de boosheid. Ze voelen zich eenzaam en verdrietig. Ze veroordelen hun eigen gedrag maar weten niet hoe ze dit kunnen voorkomen. Als ik doorvraag naar het gevoel waardoor ze zo boos worden dan weten ze vaak niet waar dit vandaan komt of wat het veroorzaakt. Ook kunnen ze moeilijk benoemen wat ze voelen.

Wat is er aan de hand?

Vaak is bij deze kinderen sprake van hoog sensitiviteit, ze zijn minder in staat om prikkels te filteren en alle geluiden, gevoelens, beelden en aanrakingen komen veel harder binnen dan bij andere kinderen. Hun emmertje is veel sneller vol. Daarbovenop komt dat deze kinderen vaak een enorm sterke wil hebben. Meestal herkennen ouders die sterke wil en gevoeligheid al vanaf de geboorte. Deze vurige zijn leergierig, nieuwsgierig, willen alles zelf kunnen en doen en willen bepalen (we kunnen het dominant noemen). In de literatuur wordt er vaak verwezen naar hoogsensitieve kinderen met een sterke wil. Ze komen steeds in conflict met zichzelf, ze gaan steeds over hun eigen grenzen heen.

Wat werkt dan wel?

Elk kind is uniek en vergt een unieke aanpak. Op basis van wat ik geleerd heb in mijn praktijk gecombineerd met een hele hoop vakliteratuur heb ik een aanpak ontwikkeld waarbij ik zowel ouders meeneem in de fysiologische werking van het brein en het zenuwstelsel. Zo ontstaat er meer inzicht in welke processen een rol spelen bij de emotionele uitbarstingen. Vervolgens ga ik met ouders op zoek naar de triggers en omgevingsfactoren die een rol kunnen spelen; school, thuissituatie (regels, afspraken, schermtijd, broers/ zussen), BSO, vriendjes etc. Op basis daarvan ontwikkel ik een aanpak op maat.

Met deze vurige kindjes werk ik op een manier die aansluit bij het kind, vanuit spel, door het oplossen van problemen in mijn praktijkruimte en in hun eigen binnenwereld (zwaardvechtend, dartend, met Playmobil of lego). Zo help ik kinderen bij het oplossen van hun eigen problemen. En ik help hen bij hun eigen bewustwording (wat gebeurt er met mij en wat voel ik?), emotieregulatie (wat helpt mij en wat kan ik doen om me vaker fijn te voelen?) en communicatie met de buitenwereld (hoe leg ik uit wat er gebeurt en hoe vraag ik om hulp?).

“There is no silver bullet.”

Met welk resultaat?

Door de behandeling accepteren kinderen beter wie ze zijn en krijgen daardoor meer zelfvertrouwen. Ook voelen ze zich vaak minder verdrietig en boos (afname intensiteit). Ze kunnen vaker kiezen voor hun eigen geluk. En leren ook beter onder woorden brengen wat hun behoeftes zijn en hoe ze hulp nodig hebben (ouders worden betere hulpbronnen voor het kind). Voor ouders ontstaat er ook meer grip op de situatie. Ze leren meer vanuit rust communiceren en grenzen bewaken. Er kan is meer rust in het gezin en er kan weer meer liefde groeien voor het kind. Wil je meer weten over mijn aanpak en hoe ik vanuit spel jullie kind kan helpen en hoe ik jullie kan helpen om meer rust te krijgen in de opvoeding?

Neem contact op, ik heb geen wachtlijst en vaak kan je binnen maximaal 2 weken terecht.

Vurige kindjes of driftkikkers? Meer lezen »

Hoogbegaafdheid? So What?!

Kinderen met een hoog ontwikkelde cognitieve kant vertonen vaak gedragingen die kenmerkend kunnen zijn voor slimme kids. Hoogbegaafdheid is een uitgebreid begrip, vaak besproken en bekritiseerd, gebagatelliseerd. Hoogbegaafdheid is niet alleen in een magisch IQ cijfer uit te drukken. Dat zou ieder individu absoluut te kort doen. Waar het om gaat is dat hoogbegaafdheid vaak een grote impact heeft op de persoonlijkheid of het ‘zijn’ van het kind. Het hebben van een hoog IQ op zich is vaak niet de reden dat kinderen worden aangemeld voor integratieve kindercounseling/ – therapie. Maar wat dan wel? De kenmerken die veel voorkomen bij hoogdbegaafde kids zijn de volgende:
1. een sterk rechtvaardigheidsgevoel
2. vaak een hoge gevoeligheid : intellectueel(- bv onderzoeken/ analyseren/ out-of-the-box denken), beeldend, zintuiglijk, psychomotorisch of emotioneel
3. een kritische instelling – niet alleen ten opzichte van anderen maar vooral ook ten op zichte van zichzelf
4. de lat hoog leggen – vaak onbewust voor zichzelf en hun omgeving wat vaak leidt tot teleurstellingen
5. zich ‘anders’ voelen

Daardoor kunnen in het dagelijks leven kunnen de volgende problemen zich voordoen: teleurgesteld zijn in zichzelf, verveling, overprikkeling, zich niet begrepen voelen, zich aanpassen aan de groep ten kosten van hun eigen leerbehoefde, geen aansluiting vinden, woede uitbarstingen of verdriet.
Het bewust worden van de ‘zijnskenmerken’ of ik noem ze liever overeenkomsten helpt zowel ouders als kinderen. Daarnaast heeft elk kind een geheel individuele aanpak nodig, een aanpak die is afgestemd op de behoefte van het kind.

Herken jij dit bij jouw kind of wellicht wel bij jezelf? Neem dan gerust eens contact op om verder te praten. Wist je dat een telefonisch adviesgesprek  vrijblijvend is en soms al genoeg om je kind weer een stukje verder te helpen.

Bronnen: Dabrowski – “Positive desintegration theory”, Tessa Kieboom – “Meer dan intelligent”
Fotocredit: Olia Danilevich

Hoogbegaafdheid? So What?! Meer lezen »

Wees de persoon die je als kind nodig had!

Dit is precies de reden waarom ik ervoor gekozen heb om integratieve kindercoach/ counselor te worden. Dat was wat ik nodig had als kind. Iemand die er voor me was en me hielp in te zien dat ik een uniek, bijzonder kind was en dat mijn gevoel er toe doet. (En dat hoe ik behandeld werd als kind echt niet normaal was.)

Kind van een borderliner

Als kind had ik een moeder met een borderline stoornis. Onvoorspelbaar, onveilig, onbetrouwbaar. Wat ik nodig had was onvoorwaardelijke liefde, veiligheid, vertrouwen. Dit kreeg ik niet. Ik was altijd bezig om te voelen hoe de vlag er bij hing, of de bom zou ontploffen thuis of niet. Dit resulteerde in overlevingsmechanismen: aanpassen aan de omgeving, aanpassen aan een ander. Tot een paar jaar geleden is dat wat ik deed. Onbewuste patronen uit mijn jeugd doorzetten. Hard werken, doen wat nodig was, kiezen wat mijn omgeving van me verwachtte en bovenal bewijzen dat ik toch goed genoeg was. Tot ik op een dag dacht: ‘voor wie doe ik dit eigenlijk’…. ik brandde af in mijn baan, ik had geen energie voor mijn kinderen, laat staan mijn sociale leven of sport en ik voelde geen enkele vorm van voldoening. Mijn moeder had inmiddels al een eind aan haar leven gemaakt. En toch had ik nog de drang me te willen bewijzen…

Leren voelen

Dit moest anders…. alleen ik kon niet voelen wat ik wel wilde omdat ik dit nooit had gedaan… en toen ik het wel deed werd me verteld dat ik beter wat anders kon gaan doen. Ik wilde ballerina worden, vervolgens violiste (ik speelde al sinds ik vier was), later fotografe en steeds kreeg ik te horen… ga maar naar de universiteit. Dus dat deed ik.

Ik maakte er het beste van, studeerde hard, werkte hard. Stopte al mijn gevoelens als HSP’ er weg om me staande te kunnen hou den in het bedrijfsleven.
Tot het echt niet meer ging… tot m’n lichaam me vertelde dat het genoeg was. Toen had ik geen keuze meer, deze baan en manier van leven was het enige wat ik kende en tegelijk nooit meer wilde doen. Ik ging op zoek naar mijn gevoel: Shiatsu, therapie en meditatie. Dit zijn bij uitstek de zaken die me geholpen hebben om weer te leren voelen, om de body mind connectie te maken. Om te kunnen horen wat diep in me lag en te begrijpen dat alle antwoorden echt vanbinnen liggen. Dat ik goed ben zoals ik ben, dat ik uniek ben en gaves heb… dat alles wat ik meegemaakt heb een toegevoegde waarde heeft voor mezelf en voor anderen.

Het grote inzicht

Daarom ben ik nu de persoon die ik als kind nodig had gehad; een kindercoach/ counselor die kinderen kan helpen meer zelfvertrouwen en zelfliefde te krijgen. Hen te helpen om de beste versie van zichzelf te worden vanuit zelfliefde en zelfstandigheid.


Want als ik die steun had gehad als kind, had me dat een hoop ellende, onzekerheid, depressiviteit en verkeerde keuzes in het leven kunnen besparen. En dat is wat ik ieder kind gun: een gelukkig leven waarin het leert omgaan met de dingen die het leven biedt en waarin kinderen kunnen kiezen voor zelfliefde, zelfstandheid en zelfvertrouwen!

Gelukkige kinderen leiden tot gelukkigere gezinnen en een gelukkigere wereld! Daarom ben ik er voor jou en voor je kind!

Wees de persoon die je als kind nodig had! Meer lezen »

Placebo effect bij kinderen

Hoe laat jij het Placebo effect werken voor je kind?

Wat we kunnen leren van een rattenexperiment over kinderen

Wat een ratten experiment te maken heeft met kinderen opvoeden?! Je verwacht het niet! Bij lab ratten heeft de manier waarop je hen behandelt effect op hun prestaties. Het is niet vreemd dat dit een vergelijkbaar effect heeft bij kinderen, dit effect wordt op een positieve manier ingezet bij Integratieve Kindercoaching.

In 1963 deed Bob Rosenthal, toen nog een jong psycholoog een interessant experiment. Hij hing bordjes op bij twee kooien met ratten. Op het ene bordje staat dat het om speciaal getrainde, intelligente beestjes gaat. Bij de andere kooi wordt vermeld dat er domme, slome ratten in zitten. Die dag geeft Rosenthal studenten de opdracht om de ratten in een doolhof te zetten en te timen hoe lang de beestjes erover doen om de uitgang te vinden. Wat de studenten niet weten is dat geen van de ratten speciaal getraind is. Het zijn allemaal normale ratten. De uitkomst van dit onderzoek is verbazingwekkend. De ratten waarvan de studenten denken dat ze slimmer zijn, presteren ook daadwerkelijk beter. Het lijkt wel magie… en ze doen het niet zomaar een beetje beter, nee ze doen het bijna 2 keer zo goed als domme ratten. Hoe was dit mogelijk! 

Rosenthal ontdekte dat de manier waarop de studenten de ratten aanraakten anders was, namelijk warmer, zachter en verwachtingsvoller. Hierop veranderde het gedrag van de ratten. Ze gingen er beter van presteren. 

Hoe werkt dat dan bij kinderen, veranderen hun (school-) prestaties ook naarmate ze anders benaderd worden?

Vervolgens vroeg Rosenthal zich af of als leraren horen dat een kind een trage leerling is, of deze verwachting zichzelf dan ook waar maakt. En warempel… 

Op een school in San Francisco worden leraren verteld dat er een groep leerlingen is die hoger scoorden op een IQ test en dus slimmer waren dan een andere groep. In realiteit werd er een muntje opgegooid om te bepalen welke leerling in de ene of andere groep werd ingedeeld. Net als bij het experiment met de ratten bleek dat de leraren de groep ‘slimme’ leerlingen meer aandacht, complimentjes en hoopvolle blikken gaven waardoor de kinderen zichzelf ook anders gingen zien. Het effect op de jongste leerlingen is het grootst, zij maakten in 1 jaar een IQ ‘sprong’ van wel 27 punten. De grootste vooruitgang werd geboekt door jongens met een Mexicaans uiterlijk, de groep waar normaliter het minst van wordt verwacht. Rosenthal noemde deze ontdekking het Pygmalion effect. We zouden dit ook wel het placebo effect kunnen noemen. 

Hoe werkt discriminatie en pesten slechte prestaties in de hand?

De tegenhanger van het Pygmalion effect heet het ‘Golem effect’ wat we ook het ‘Nocebo effect’ kunnen noemen. Het onderzoek naar het ‘Golem effect’ bij kinderen toonde aan dat kinderen van wie minder verwacht werd, minder vaak aangekeken werden. Er werd meer afstand van ze genomen en ze werden minder toe gelachen. Het resultaat was bij de ratten net zo schokkend als bij mensen. Vanwege de immoraliteit van het doen van experimentele onderzoeken op kinderen of mensen naar dit effect is hier veel minder over bekend. Het Golem effect is de donkere kracht achter discriminatie, pesten, verschillen in inkomens en carrière progressie. Daar horen we al veel over en is nog ontzettend veel in te doen.

Het Placebo effect werkt!

Waar ik het over wil hebben is het Placebo effect. Als integratief kindercoach is het Placebo effect een ontzettend belangrijke factor in het werken met kinderen. Misschien wel het belangrijkste middel om kinderen te helpen een beter beeld van zichzelf te krijgen, want daar begint het mee. Ieder kind is uniek, kent zichzelf het beste en weet wat het wil diep vanbinnen. In mijn praktijk werk ik aan de sterkte van het ‘ik’ van het kind, het unieke individu van elk kind. 

In de gesprekken met kinderen komt vaak aan het licht dat kinderen last hebben van het Golem effect, omdat ze ‘anders’ zijn dan vriendjes, klasgenoten, hun ouders, broers of zussen en daardoor anders behandeld worden. Het gevolg is vaak een gevoel van minderwaardigheid, onzekerheid of schaamte wat kan leiden tot ‘ongewenst’ gedrag zoals boosheid, liegen, niet spreken, huilen of niet willen spelen met andere kinderen. 

Hoe werkt dat bij integratieve kindercoaching?

Kinderen zijn meer nog dan volwassenen op zoek naar bevestiging, aanmoediging een glimlach en een bevestigende blik of gebaar. Gaat het dus even wat minder goed op school, denk dan aan het experiment van Bob Rosenthal en bedenk hoe je op een liefdevolle, zachte manier je kind kan helpen.

In mijn praktijk help ik kinderen om de weg terug te vinden naar hun gelukkige zelf. Door hun sterke kanten positief te bevestigen, door ze meer in zichzelf te laten geloven en ze te laten stralen. Gelukkige kinderen leiden tot gelukkige gezinnen en een gelukkige wereld!

Wil je meer meer informatie of advies bij de opvoeding van jouw kind, lees dan meer op mijn mijn site of neem contact op!

Placebo effect bij kinderen Meer lezen »

Call Now Button